Waar de mensen over praten, wat in de media komt, ...
Wat U moet weten om mee te kunnen praten ...

1. Sportmogelijkheden na totale knieprothese:
Men kan onbeperkt fietsen, wandelen en zwemmen. Recreatief tennissen (dubbelspel) en golf spelen is eveneens mogelijk. Ik heb ook meerdere patiënten die voorzichtig gaan skiën en langlaufen. Ook dansen is geen probleem. Duurloop en sporten met veel springen en pivoteren raden wij af om de duurzaamheid van de prothese niet te compromitteren.

2. Hoelang gaat mijn prothese meegaan?
Veel mensen denken nog dat een prothese maar 8 of 10 jaar gaat meegaan.  Dit was het geval voor de prothesen geplaatst in de jaren '80 en begin jaren '90. Nadien zijn de materialen in belangrijke mate verbeterd (vb. oxinium en betere polyethylenen zoals crosslinked polyethyleen). Slijtage van de materialen zien we in feite niet meer.
Wij verwachten dan ook een gemiddelde duurzaamheid van meer dan 25 à 30 jaar. Als eens een prothese vervroegd dient vervangen te worden, is het meestal een andere reden dan materiaalslijtage. Voorbeelden van andere redenen: loslating, infectie of slecht functioneren door bv. instabiliteit.

3. Er zijn verschillende "merken" van prothesen op de markt. Zijn die allemaal wel gelijkwaardig?
Er zijn inderdaad meerdere medische firma's die knieprothesen op de markt brengen. De prothesen van de grote gerespecteerde firma's zijn allemaal van een degelijke kwaliteit, maar toch zijn er zeker verschillen en het is aan uw chirurg om te kiezen welk design hij het beste vindt.
Ik kies sinds 2007 voor de prothese type Journey van de firma Smith & Nephew en sinds 2013 voor de 2de generatie van dit type prothese. De Journey prothese komt qua vorm het dichtst bij de natuurlijke anatomie, waardoor wij zien dat deze prothese ook op de meest natuurlijke manier kan bewegen. Om die optimale functie te bereiken is het belangrijk dat deze prothese goed en stabiel geplaatst wordt. De Journey prothese bestaat uit oxinium.

4. Mijn chirurg stelt mij een halve knie nieuwe knie voor, is dit niet maar "half werk"?
Een halve nieuwe knie is in feite een verkeerde benaming. De juiste naam is een unicondylaire knieprothese. Hierbij wordt ofwel de mediale of de laterale helft van het gewricht vervangen. De andere helft, het knieschijfgewricht en de kruisbanden, blijven behouden. De facto betreft het dus in feite "1/4 knie". Het is een merkelijk kleinere ingreep dan een totale knieprothese met een veel snellere revalidatie en uiteindelijk nog een betere functie.
Qua duurzaamheid verwachten wij ook dat meer dan 90% van de patiënten meer dan 20 jaar gaan geholpen zijn. Indien er zich toch een probleem zou voordoen, kan een unicondylaire knieprothese vrij vlot gereviseerd worden naar een totale knieprothese. Ik denk dan ook dat indien men in aanmerking komt voor "een halve nieuwe knie" dit een goede keuze is.
Soms gaan wij ook enkel de patella vervangen (patellofemorale prothese) en soms combineren wij een unicondylaire prothese met een patellofemorale prothese. De beslissing is uiteindelijk afhankelijk van de correcte indicatiestelling en de voorkeur en de ervaring van de chirurg. Het is dus zeker niet zo dat het altijd een totale knieprothese moet zijn.

5. Bestaat er een spiersparende techniek?
Dit concept komt vooral uit de heupchirurgie. Hier is de laatste vernieuwing inderdaad dat men op een spiersparende manier een totale heupprothese kan plaatsen zonder belangrijke spieren te moeten losmaken (NB. Alle heupchirurgen in het Jessaziekenhuis gebruiken deze nieuwe spiersparende techniek om een heupprothese te plaatsen).
Bij een totale knieprothese wordt in principe nooit een spier echt doorgesneden, enkel gekliefd en naar opzij getrokken. Men kan ook onder de spier gaan, meer langs de binnenkant. Ook hierbij moet de quadricpes nog steeds naar opzij getrokken worden. Hierdoor kan er in meer of mindere mate wel wat spierlast zijn gedurende de eerste dagen vergelijkbaar met een kneuzing of een verrekking.

6. Bestaat een prothese op maat?
Hierbij verwijst men naar de PSI-techniek (Patient Specific Instruments) via 3D-printing (vb. materialise, visionaire S&N). De coupeblokken worden hierbij op maat gemaakt, niet de prothese zelf. De prothese bestaat in verschillende maten. De maat is bij deze techniek op voorhand berekend en ook alle metingen (positie van de prothese in alle richtingen van de ruimte, dikte van botresecties) zijn op voorhand gebeurd mbv een ingenieur.
Hierdoor is er minder kans op "verrassingen" tijdens de ingreep gezien speciale situaties (bv. uitzonderlijke afwijkingen, extreme grote en kleine maten, ...) op voorhand bekend zijn. Deze techniek garandeert mijns inziens ook een grotere precisie en is sneller en minder invasief.
Ik gebruik deze techniek dan ook standaard sinds 2011. Men moet zich realiseren dat dezelfde prothese met standaardinstrumenten, waarbij de metingen tijdens de ingreep zelf moeten gebeuren, door een ervaren chirurg met even goed resultaat kan geplaatst worden.
(Animatie: knieprothese met visionaire)

7. Gaan robots een prothese beter plaatsen?
Om een goed resultaat te hebben na een totale knieprothese moet de prothese zo juist mogelijk geplaatst zijn en een ervaren chirurg kan dit zeker perfect met standaardinstrumenten. Zoals eerder gezegd verkies ik de techniek met de "patient specific intruments" via 3D-printing.
Een 3de manier om zo juist mogelijk te werken, is met navigatie en een robot. Hierbij gaat men de metingen ook tijdens de ingreep moeten doen. De ingreep duurt hierdoor een beetje langer en is iets meer uitgebreid. Waar men met klassieke navigatie nog coupeblokken nodig had, gaat een robot de botcoupes dan kunnen maken zonder coupeblokken. Uiteindelijk zal alles afhangen van de ervaring en de beslissingen van de chirurg. Bepaalde centra en medische firma's gaan hiermee zeker in de media uitpakken om publiciteit te maken.
Men moet zich ook realiseren dat een robot van een bepaalde firma ook enkel kan gebruikt worden om de prothese van die bepaalde firma te plaatsen zodat de keuze van het type prothese beperkt wordt.

Samengevat moet je als patiënt er dus op vertrouwen dat je chirurg een goed type prothese kiest en deze zo goed mogelijk tracht te plaatsen. Hierbij is in de 1ste plaats de chirurgische ervaring het belangrijkste e dan kan een goed resultaat bekomen worden met ofwel standaardinstrumenten, ofwel PSI-techniek ofwel robottechniek.

Ons ziekenhuis

Alle prothesechirurgie gaat door in het Gewrichtsprothesecentrum op campus Salvator te HASSELT. Deze afdeling maakt deel uit van het Jessaziekenhuis, een fusie tussen het Virga Jesse-, het Salvator- en het St.-Ursulaziekenhuis. (www.jessazh.be)


Addendum 1: Oefeningen

Hieronder vindt u een beschrijving van de belangrijkste kiné-oefeningen met illustratie
(crf. kinesisten Patrick Vanluydt en Krista Jans):

  • Ademhalingsoefeningen
  • Mobilisatie van de knie
  • Spierreëducatie
  • Gangrevalidatie
  • Functionele revalidatie
  • meer info...

Addendum 2: Oefeningen voor thuis

Eens thuis wordt de revalidatie nog gedurende een bepaalde periode verdergezet onder begeleiding van een kinesitherapeut. Deze zal optimaal werken naar:

  • Het vergroten van de mobiliteit
  • Het terugwinnen van voldoende spierkracht (niet overbelasten)
  • Het afbouwen van hulpmiddelen (krukken, wandelstok)
  • Het optimaliseren van marcheren
  • meer info...
Terug naar boven